Na het starten vraagt je telefoon om toegang tot locatie en kompas. Het scherm blijft aan zolang het dashboard open staat. Tik tijdens het rijden op het scherm voor instellingen en indelingen.
Installeren op iPhone: tik op het deelicoon en kies Zet op beginscherm.
Pas de indeling op het scherm zelf aan: tik een onderdeel aan, sleep het of gebruik de pijlen, en maak het groter of kleiner met + en −. Liggend en staand hebben elk hun eigen indeling en elk vijf geheugenplekken.
Tijdens het rijden leert het kompas hoe de telefoon in de houder staat, zodat het ook klopt als de telefoon schuin of dwars zit.
Zet de auto op een vlakke ondergrond met de telefoon in de houder en tik op "Nulpunt instellen". Liggend en staand hebben elk een eigen nulpunt. Zonder nulpunt gaat de app ervan uit dat de telefoon recht in de houder staat.
Een stop van minstens een kwartier telt als pauze. Daarna begint de rijtijd opnieuw.
Limieten komen uit OpenStreetMap, plaatsnamen uit Nominatim en het weer uit Open-Meteo. Een limiet met een lichtere rand is afgeleid van het wegtype. De borden langs de weg gaan altijd voor.